de Siamees

> Siamezen, toen en nu
"Een onnatuurlijk, nachtmerrieachtig soort kat". Dat was het commentaar in een krant op de verschijning van de Siamees op de eerste kattententoonstelling in Christal Palace te Londen (1871). Ondanks die vernietigende kritiek won de Siamees al snel aan populariteit.

Herkomst
Over de herkomst van de Siamees doen vele verhalen de ronde. Op tekeningen uit Midden-Rusland (1793) is een kat te zien met duidelijk siamese aftekening. Maar algemeen wordt aangenomen dat de Siamees zijn oorsprong heeft in het verre oosten. De naam Siamees verwijst naar Siam, het huidige Thailand. De hoofdstad Ayutthaia werd gesticht in 1350 maar werd in 1767 verwoest door de Birmezen. Op afbeeldingen uit die tijd bewaard gebleven is een kat met siamese aftekening te zien.

Siamezen in Europa
Wie precies de eerste Siamees naar Europa gehaald heeft, is niet bekend. Wel wil de zuster van de toenmalige Engelse gezant in Siam, Owen Gould, ons doen geloven dat zij het eerste paartje van haar broer kreeg. En dat hij op zijn beurt de diertjes cadeau had gekregen van de koning van Siam. Een mooi verhaal, ware het niet dat zij als jaartal 1884 noemt terwijl de Siamezen al in 1871 op de eerste kattententoonstelling te zien waren. Bovendien waren elders in Europa al eerder Siamezen gesignaleerd. En of de diertjes werkelijk een geschenk waren van de koning?

Pinklepurr en Naitabhi
Mrs Gold's Minoo Pinklepurr (links) en Naitabhi (rechts), Siamezen begin 20e eeuw


Aan het begin van de twintigste eeuw werd de Siamees steeds populairder. Er werden dan ook regelmatig paartjes uit Siam geïmporteerd, maar met het fokken wilde het nog niet lukken. Veel kittens stierven en men ging ervan uit dat dit tere ras niet bestand was tegen het Engelse klimaat. Later bleek het meer te liggen aan de manier waarop de katten gehouden werden. Ze werden door de (rijke) dames vertroeteld, in oververhitte kamers gehouden en ook nog eens verkeerd gevoerd. Geen wonder dat ze ten prooi vielen aan allerlei ziektes. Daarbij was hun grote populariteit zo langzamerhand ook een bedreiging: men fokte maar raak om aan de vraag te kunnen voldoen.



Eddi en Chita
Eddi van de Banninkshof (links) en Grachita (rechts), Siamezen begin 21e eeuw







Kleuren
Met zijn donkere points en felblauwe ogen is de sealpont de meest bekende variëteit. Jarenlang was het ook de enige erkende variëteit hoewel er al vanaf het begin ook bluepoints geweest moeten zijn. De blue- en chocolatepoints werden echter als mislukking gezien en het zou nog tot 1936 duren voordat de bluepoint zijn officiële erkenning kreeg. Hij werd daarna al snel populair. De chocolatepoint en de lilacpoint moesten zelfs tot 1950 en 1961 wachten op erkenning, en daarmee behoren ze dan tot wat wij nu noemen de "klassieke" kleuren. Na de Tweede Wereldoorlog werden overigens steeds meer variëteiten gefokt. Daarbij werd ook gebruik gemaakt van andere rassen. Inmiddels zijn er meer dan twintig erkende variëteiten, waaronder de crèmepoint, cinnamonpoint, en de fawn- en tabbypoints.

De standaard en de verenigingen
Wie foto's ziet van de eerste Siamezen zal daar niet veel in terugzien van de Siamees zoals wij hem nu op de kattenshows tegenkomen. De eerste rasstandaard is in Engeland opgesteld en dateert van omstreeks 1893. Ze is daarna meerdere malen aangepast, zij het niet fundamenteel. De interpretatie van de standaard is echter wel sterk veranderd in de afgelopen eeuw: het ideaal wordt steeds meer gezien in een zeer uitgesproken, extreem type. Lang, slank, met grote laaggeplaatste oren, de ogen schuin en wijd uit elkaar. Een knik in de staart of scheelzien is tegenwoordig een duidelijke fout. De Siamees is door de jaren heen steeds kleiner en ranker geworden.

Sinope Pegasus Sinope Pegasus

De huidige officiële FiFé-keuringsstandaard voor Siamezen vindt u hier. Deze standaard wordt gehanteerd door Felikat en Mundikat. De FiFé is de wereldwijde federatie van kattenfokverenigingen waarvan in elk land maar één vereniging lid kan zijn. Behalve in Nederland, waar zowel Felikat als Mundikat lid zijn. Belangrijk in deze "Verenigde Naties voor kattenfokverenigingen" is, dat de fokregels en showregels voor alle aangesloten verenigingen in alle landen hetzelfde zijn.
Er zijn altijd fokkers geweest die het niet eens waren met vigerend beleid en regels. Die scheidden zich af, en richtten een eigen vereniging op. Dat is Nederland ettelijke keren gebeurd, met als resultaat vereningen als Neocat, Limbracat, NVVK en dergelijke. Die verenigingen achtten zich "onafhankelijk" van de FiFé. Ze hebben zich in Nederland uiteindelijk weer georganiseerd in de Federatie Nederlandse Kattenfokverenigingen. Deze FNK hanteert de NOK-standaard (Nederlands Onafhankelijk Kattenkeurmeestersgilde) die weer afgeleid is van de GCCF, de federatie van kattenfokverenigingen in Engeland. Zo langzamerhand lijkt elke fokker zijn eigen vereniging te hebben. Komt u er nog uit? Het trieste is dat deze lappendeken van kleine verenigingen, elk met hun eigen stamboek en belangen, natuurlijk niet bevorderlijk is voor de ontwikkeling van de raskattenfok en het raskattenwelzijn in het algemeen. Zeker in de huidige tijd, waarin ernstige erfelijke afwijkingen de kop opsteken in de raskattenpopulaties.

Het karakter
Het uiterlijk van de Siamees mag dan drastisch veranderd zijn, zijn karakter is door de jaren heen hetzelfde gebleven. En dat karakter maakt de Siamees tot een zeer geliefd huisdier. Bij een Siamees kun je vrijwel overal "erg" voorzetten. Zo is hij erg communicatief. Met een nadrukkelijk stemgeluid maakt de Siamees duidelijk wat zijn wensen zijn en hij kan zeer volhardend zijn in zijn gedrag. Als je een krolse Siamese poes in huis hebt is het te hopen dat de verstandhouding met de buren goed is, want het liefst zoekt zij de ruimte op met de beste akoestiek (meestal het trapportaal) en laat zo met rauwe stem weten dat katerbezoek zeer gewenst is. Zoals een echte Siamees betaamt doet zij dit al op jonge leeftijd en zeer frekwent. Zijn de kittens eenmaal geboren dan wil vaderlief ook wel helpen bij de opvoeding en dat levert de meest aandoenlijke plaatjes op, want de familieband is hecht. De kleintjes ontdekken al gauw hoe gezellig mensen zijn en binnen de kortste keren liggen ze bij je op schoot te dollen. Dan ontstaat die unieke band. tussen Siamees en mens. Niet voor niets wordt de Siamees “de hond onder de katten” genoemd. Overal waar je gaat word je in de gaten gehouden, als het even kan met "muzikale" begeleiding.

Inwood Shadow (1947)



Siamezen die lang alleen gelaten worden kunnen door hun felle reacties voor vals worden versleten. Ze zorgen er echt wel voor dat ze hoe dan ook aandacht krijgen. Hij heeft in ieder geval een "maatje" nodig en mensen die niet veel tijd hebben moeten zeker geen Siamees aanschaffen.

In het algemeen kunnen Siamezen goed met andere katten overweg, vooral met rasgenoten. Honden hebben zij snel onder de duim. Verder zijn zij bekend om hun inbrekersmentaliteit: elke gesloten deur of kast moet open. Ook apporteren kunnen ze als de beste. Kortom: voor mensen die tijd en aandacht voor hun katten hebben is de Siamees een ideale huisgenoot. Hij blijft zijn kunsten vertonen tot op hoge leeftijd.











> De rasstandaard, een interpretatie
Elk erkend kattenras heeft een rasstandaard. Daarin staat beschreven aan welke uiterlijke kenmerken de kat moet voldoen. Uiterlijke kenmerken zijn bijvoorbeeld de bouw van de kat, de vorm van de kop, de stand van de oren, de kleur van de ogen en de vacht.
Nadat in Engeland aan het einde van de 19de eeuw de eerste kattententoonstellingen werden gehouden, werd in 1901 door the Siamese Club de rasstandaard voor de Siamees ontwikkeld.
Daarmee is de standaard voor Siamezen meer dan een eeuw oud. Er zijn in de loop der jaren aanpassingen geweest, maar het is vooral de interpretatie van de standaard van die het uiterlijk van de Siamees heeft veranderd.

3 heads

"Three types of Heads", uit: Siamese Cats van Kathleen R. Williams, Londen 1960

Wat men in de eerste helft van de 20 ste eeuw elegant vond is in de loop der jaren veranderd naar uiterst slank en langgerekt. Het is een samenspel tussen keurmeester én fokker: welke kat heeft de voorkeur van de keurmeester en willen de fokkers meegaan in de voorkeur van de keurmeester. Zo is in de standaard sprake van een wigvormige kop. Hoe die wigvormige kop er uit moet zien is afhankelijk van de interpretatie van de keurmeester.
Het huidige ideaal is een Siamees met een lange neus en grote, laaggeplaatste, wijd uitstaande oren. Maar ook met een kortere neus en hoger geplaatste oren krijg je een wigvormige kop.
De strijd tussen de voorstanders van een gematigd type en die van een extremer type Siamees is ongeveer zo oud als de rasstandaard.

> Klassieke Siamees / Thai / Old Style Siamese
De Siamees is van een heel populair ras, dat op shows de aandacht trok, verdrongen naar de achtergrond, onder andere door de toenemende populariteit van de Brits Korthaar, Noorse Boskat en Maine Coon. Maar ook het veranderde uiterlijk van de Siamees zal zeker aan die verminderde populariteit hebben bijgedragen. In Duitsland is omstreeks 1990 een beweging op gang gekomen om het traditionele type Siamees te onderscheiden van het type Siamees dat veel te zien was op de shows. Men was bang dat het oude type verloren zou gaan. Onder andere door het importeren van katten uit het voormalige Oostblok, waar de Siamezen niet zo getypeerd waren, is door een aantal fokkers een nieuwe impuls gegeven aan het fokken van het ouderwetse type Siamees.

Lu Wan
Lu Wan, Felikat dekkater omstreeks 1978

Men bedacht de naam Thai om een duidelijk onderscheid te maken met het moderne type Siamees. De Thai werd erkend en kreeg een eigen standaard die op shows in Duitsland gehanteerd wordt. Ook in Engeland en de Verenigde Staten ontstond een dergelijke beweging, daar spreekt men van "Old Style Siamese". De Old Style Siamese heeft in een aantal landen wel een eigen standaard, maar wordt door de meeste verenigingen niet erkend als zelfstandig ras. De Old Style Siamese in Engeland wordt gefokt binnen de grenzen van de standaard van de Siamees. In Nederland wordt de Thai erkend door de niet-Fifé verenigingen, de zogenaamde "onafhankelijke verenigingen", aangesloten bij de FNK. Ook wij hebben in de bijna dertig jaar dat wij Siamezen hebben het uiterlijk van de Siamees zien veranderen. Onze eerste Siamees Sam, geboren in 1978, zou het nu op de show als Thai goed doen. Wij waren blij dat er meer aandacht kwam voor het oude type Siamees. Maar de naam Thai vonden wij minder geslaagd, het suggereert een nieuw ras en dat wilden en willen wij niet.

Katja/Koos
Katja (1985-2000)
en Koos (1994-2006, liggend)

Wij zijn tot het inzicht gekomen dat het beter is om een gematigd type Siamees te fokken binnen de grenzen van de standaard van de Siamees. De rasstandaard is volgens ons vooral een kwestie van persoonlijke interpretatie. Wij denken daar de ruimte in te vinden om een klassiek type Siamees te fokken. Dat geeft ons tevens de mogelijkheid om van een zo breed mogelijke genetische basis gebruik te maken.

1963
Een mooi voorbeeld van een klassieke Siamees (1963)
(foto T. Wessel-van Putten)