gezondheid & genetica

Inhoud:

> PRA of Progressieve Retinale Atrofie is een nare, recessief erfelijke oogziekte. Door degeneratie van het netvlies wordt de kat uiteindelijk blind. PRA wordt vooral in verband wordt gebracht met de Abessijn/Somali. Toch is al langer bekend dat PRA ook bij Siamezen voorkomt, zoals bijvoorbeeld te lezen is in het rapport “Grote oren vangen veel wind” uit 1996. In 1995 is bij Felikat/SIOK melding gemaakt door een Siamezeneigenaar van haar vier Siamezen met PRA. Met de melding werd niets gedaan. Het Overlegplatform voor de Nederlandse Cat Fancy heeft het in haar plan van aanpak schadelijke erfelijke kenmerken van raskatten (2002) over een “familiair verband” van PRA bij Siamezen. Pas In 2011 is ons Siamezenwereldje eindelijk wakker geworden door de alarmerende cijfers in een artikel, gepubliceerd in 2009 in The Veterinary Journal, een wetenschappelijk tijdschrijft uitgegeven door Elsevier. Het is in het Engels, en formeel wetenschappelijk gesteld, wat het moeilijk lees- en begrijpbaar kan maken. Hieronder vindt u een bespreking van dit artikel, met de belangrijkste conclusies.

Bespreking van het onderzoek naar PRA bij katten uit "The Veterinary Journal" in 2009

Menotti-Raymon, M. et al.
Widespread retinal degenerative disease mutation (rdAc) discovered among a large number of popular cat breeds.
The Veterinary Journal (2009), doi 10.1016/j.tvjl.

Het volledige artikel is beschikbaar als PDF, klik op bovenstaande link, en u ziet het in een nieuw venster of tabblad in uw browser.

Wat is de oorzaak van de recessieve vorm van PRA?
Uit dit onderzoek blijkt dat er in het CEP290-gen een mutatie (allel) is ontdekt die bij katten blindheid door netvliesdegeneratie (= PRA) veroorzaakt. Het gen codeert voor eiwitten die actief zijn in de lichtgevoelige cellen in het netvlies van het oog. Het gaat om een zogenaamde SNP-mutatie. Dat staat voor "Single Nucleotide Polymorphism", en dat houdt in dat er in het gen slechts één codeletter (=nucleotide) van de zeer vele is veranderd.
Een gen wordt gebruikt om eiwitten in lichaamscellen te maken. Het gemuteerde gen levert in netvliescellen een "mank" eiwit af. De lichtgevoelige cellen in het netvlies werken nog wel, maar in de loop van de tijd sterven ze af, mogelijk door cumulatie van giftige afvalstoffen bij de afbraak van het gemankeerde eiwit. Uiteindelijk leidt dit na enkele jaren tot totale blindheid van de kat. Dit gebeurt echter alleen als de genmutatie "dubbel" (=homozygoot) aanwezig is. Katten met maar één gemuteerd gen zijn heterozygoot voor deze vorm van PRA en worden niet ziek. Ze kunnen de mutatie echter wel doorgeven aan hun nakomelingen.

De ziekte PRA bij de kattenrassen
Al sinds 1985 is bij de Abessijn/Somali, en in mindere mate bij andere rassen zoals de Siamees, de ziekte Progressieve Retinale Atrofie (PRA) bekend. Die leidt tot blindheid bij de kat. Er blijken minstens twee vormen van deze ziekte te bestaan. De eerste (een mutatie van het CRX-gen) vererft dominant, en leidt tot snelle blindheid, binnen een jaar. Lijders kunnen daarom vrij eenvoudig uitgesloten worden van de fok, waardoor deze mutatie zich niet verder hoeft te verspreiden in de kattenpopulatie.
Dat geldt echter niet voor de tweede, recessieve vorm. Deze vorm (de rdAc-mutatie genoemd) vererft recessief, en leidt pas tot blindheid na enkele jaren. Bij de Abessijn/Somali waar deze ziekte al meer dan 25 jaar (!) bekend is, wordt de "spiegeltest" gebruikt om te kijken of een kat lijder is. Bij voorkeur wordt dan getest voordat met een kat gefokt wordt. Al op eenjarige leeftijd zijn de eerste verschijnselen van PRA namelijk aantoonbaar. Helaas is PRA bij de Oosterse rassen om wat voor reden dan ook tot nu toe niet serieus genomen, zodat daar de spiegeltest nooit gedaan is bij verdachte katten. En dat ondanks het feit dat er bij de Oostersen sinds 1995 diverse verdachte gevallen van blinde katten zijn voorgekomen (en gerapporteerd aan de fokverenigingen). Het onderzoek concludeert:

Bij het onderzoek is een DNA-test gebruikt die het rdAc-allel aantoont, in heterozygote dan wel homozygote vorm. Deze test is sinds augustus 2007 beschikbaar. PawPeds heeft naar aanleiding van deze verontrustende conclusies het al voor deze aandoening bestaande Gezondheidsprogramma (Health Programme) voor de Abessijne/Somali uitgebreid met de Oosterse Rassen. Doel is om verdere verspreiding van de rdAc-mutatie tegen te gaan, en die zelfs terug te dringen. PawPeds vraagt daartoe om Oosterse katten waarmee gefokt wordt, of gaat worden, te DNA-testen op de mutatie rdAc-PRA, zodat bekend is of ze negatief, drager of lijder zijn. Het resultaat kan doorgegeven worden ter opname in de PawPeds database. Deze database is vrij toegankelijk. Ook voor fokkers, die dus geplande kruisingen kunnen beoordelen qua PRA-gevaar.

Waarom DNA-testen op rdAc-PRA?
De ziekte PRA is zo invaliderend dat niemand bij zijn/haar gezonde verstand kruisingen doet waaruit lijders kunnen komen. Bij de Abessijn/Somali-fok was de bedoeling om lijders uit te sluiten van de fok. De spiegeltest kan bij jonge katten immers al aangeven of ze lijder zijn. Je kunt met die test echter geen dragers aantonen: die krijgen immers de ziekte niet. Het gevolg is dat uit veel kruisingen toch weer lijders komen: als je twee dragers kruist, dan heeft een kitten een kans van 25% om lijder te worden, 50% om drager en 25% om negatief te zijn. Je kunt op deze wijze de mutatie niet terugdringen uit de populatie. Men neemt aan dat bij de Abessijn/Somali ook na jaren selectief fokken nog steeds circa 30% drager en 3% lijder is (H. Duncan 2007). Gelukkig is de DNA-test op rdAc veel beter. We kunnen kittens al na enkele weken (eenmalig!) testen, waarna bekend is of ze negatief, drager, of lijder zijn. Het doel moet zijn om de mutatie terug te dringen. Lijders moeten uitgesloten worden van de fok: ze geven immers ALTIJD de mutatie door. Om de mutatie snel uit de populatie te bannen zouden ook dragers moeten worden uitgesloten. Helaas is het daarvoor al veel te laat: meer dan 25% van de dieren is drager, ook bij de Oosterse rassen! Door dragers uit te sluiten versmal je de fokpopulatie nu teveel. Dat is gevaarlijk: nieuwe, genetisch recessieve aandoeningen kunnen de kop op steken, waar je nog geen testen voor hebt. Je maakt het middel erger dan de kwaal. We kunnen de rdAc-PRA-mutatie dus niet meer in een paar generaties uit de populatie fokken. Maar we kunnen wel zorgen dat we niet twee dragers kruisen, zodat lijders vanaf nu helemaal vermeden kunnen worden. En we kunnen negatieve ("schone") katten kruisen met dragers: een kitten heeft dan 50% kans om drager te zijn, maar ook 50% dat het negatief wordt. Het duurt dan weliswaar tientallen jaren voor de mutatie verdwenen is, maar we kunnen zeker veel kattenleed op korte termijn al vermijden.
Er is dus alles voor te zeggen om de DNA-test op rdAc-PRA voor fokdieren verplicht te stellen. Wij kunnen ons niet voorstellen dat verantwoordelijke fokkers hier tegen kunnen zijn: we hebben nu immers de mogelijkheid om deze mutatie uit de populatie te fokken, om nieuwe lijders te vermijden, en dat alles zonder risico! Wij, Cattery de Banninkshof en Cattery van den Bersselaar, hebben daartoe contact opgenomen met de kattenfokverenigingen waar wij lid van zijn. Er wordt tot nu toe erg lauw gereageerd, en het is helaas niet de verwachting dat de test voor fokdieren op korte termijn verplicht zal worden gesteld.
Wij raden kittenkopers ten sterkste aan om in de toekomst alleen Siamese of Oosterse kittens te kopen met een DNA-test op rdAc-PRA waaruit blijkt dat het kitten zeker geen lijder zal worden.

Links:

Testuitslagen Siamees/Oosters kort-langhaar/Balinees:
Kklik op: uitgebreid zoeken (bovenaan), klik op: gezondheidsinfo: ja, klik op: zoeken. Bij klik op [h] ziet u het resultaat van de rdAc-DNA-test voor de kat in kwestie.

Plan van aanpak schadelijke erfelijke kenmerken van raskatten
Hier is informatie te vinden over de bij PawPeds lopende Gezondheidsprogramma's.

Het Overlegplatformvan de Nederlandse Catfancy heeft een artikel gepubliceerd over "schadelijke erfelijke kenmerken bij raskatten"

Top


> Vaccinatie is vanzelfsprekend voor onze katten en kittens. Maar wanneer en hoe vaak? Met 9 en 12 weken? Of pas bij 12 weken, en bij de nieuwe eigenaar een booster op 15 weken? En vervolgens één keer per jaar, dus. Of geldt dat alleen voor kattenziekte (FPV, Feline Parvo Virus). Daarover lopen de meningen van fokkers en deskundigen blijkbaar nogal eens uiteen. Op 5 november 2005 organiseerde Felikat een themamiddag over dit onderwerp. Er waren deskundigen uitgenodigd die de jongste inzichten presenteerden en er was gelegenheid tot het stellen van vragen, waar gretig gebruik van werd gemaakt. Samen met onze vrienden van Cattery van den Bersselaar reisden we naar Eemnes en hebben heel goed opgelet. Ook stelden we vragen, net als veel medebelangstellenden. Het resultaat van dit alles vindt u in het pdf-document Vaccinatie.
Top


> Genetica en het fokken van Siamezen
chitaklein Bij het fokken van raskatten spelen twee takken van de genetica een grote rol. De "Mendeliaanse" genetica en de populatiegenetica. Met de eerste kun je het uiterlijk "berekenen" van een kitten, gegeven het genetisch profiel van vader en moeder. De populatiegenetica geeft aan wat je moet doen en laten om op lange termijn (zeg maar 5 à 20 jaar) een ras gezond te houden.
Top

>> Mendeliaanse genetica
Hier kijken we welke eigenschappen worden vererfd. Mendel trok conclusies uit experimenten met verschillend gekleurde erwtenplanten. Bij de fok van de klassieke siamese kleuren (seal, chocolate, blue en lilac) spelen, naast het siamezengen (ook wel Himalayagen genoemd) eigenlijk maar twee genen (met hun allelen) een hoofdrol: het gen voor de pigmentkleur (zwart/bruin) en het verdunningsgen (verdund of niet). Natuurlijk spelen veel meer genen een (bij)rol bij de vachtkleur, gezien de grote variatie die te zien is bij de siamezen!
Voor uitleg van de werking van deze genen met hun allelen verwijzen we naar de artikelen "Siamese Kleurgenetica", deel 1 en 2, te bekijken met Acrobat Reader:
Kleurgenetica, deel 1
Kleurgenetica, deel 2

Top

chita

>> Populatiegenetica
Deze tak van de genetica houdt zich bezig met de verspreiding van allelen in een groep (=populatie). Ze geeft een verklaring voor het optreden van "inteeltdepressie"-verschijnselen bij het fokken van rasdieren, zoals een verminderde vruchtbaarheid en een kortere levensduur. Ook de toename van in oorsprong zeldame genetische afwijkingen heeft hiermee te maken. Bij katten worden per generatie relatief weinig dieren gebruikt voor de voortplanting, en dat is ongunstig voor de genetische gezondheid. Het toepassen van inteelt maakt het alleen nog maar erger. Voor nadere uitleg (en hoe we het beter kunnen doen!) verwijzen we naar de volgende artikelen, die met Acrobat Reader of Foxit Reader bekeken kunnen worden:
Gevaren bij het fokken, lessen uit de populatiegenetica (2006, H. Jalink)
Fokkerijbeleid voor raskatten (2005, Ed. J. Gubbels)

De Baninkshof propageert het fokken op kleine schaal, waarbij in het fokprogramma de nadruk gelegd wordt op de gezondheid (echte "fitness") van onze katten en kittens. Inteelt en lijnteelt wijzen we af: er is ons alles aan gelegen om ook over 20 jaar nog steeds gezonde, oude en wijze Siamezen te zien. De inteeltcoëfficient-bepaling kan ons helpen bij een gezond fokprogramma.

Top

>> Inteelt en de gevolgen, de COI
De inteeltcoëfficient volgens Wright dateert qua definitie al uit 1920! Wie zegt dat populatiegenetica een moderne wetenschapstak is?
De Coefficient Of Inbreeding (COI) is een getal tussen 0 en 100%, en geeft (grof gesproken) aan hoeveel procent van alle genen van de kat afkomstig zijn van éénzelfde voorouder. Je kunt uitrekenen dat een broer/zus-combinatie 25% oplevert. Een neef/nicht-combinatie levert iets meer dan 6% op. Bij ons mensen moet je bij zo'n "kruising" al dispensatie vragen.
Hoe meer inteelt, des te groter zijn in het algemeen de risico's bij het fokken: kleinere nakomelingen met kortere levensduur, aangeboren afwijkingen en ziektes en andere ellende. Waarom is er verband tussen de mate van risico en de COI?
Inteelt vermindert de variatie van allelen (invullingen van een gen) in een populatie veel sneller dan normaal het geval is. En omdat in de raskattenfokkerij niet of nauwelijks geselecteerd wordt op echte "fitness" (= goede gezondheid, lange levensduur enz) worden ongemerkt goede allelen uit de populatie verwijderd. Voor veel genen houd je dan alleen de slechte allelen over.
Er zijn aanwijzingen dat een gezond immuunsysteem gebaat is bij variatie van allelen in het individu: hoe meer variatie, des te reactiever is het immuunsysteem op de diverse prikkels uit de buitenwereld. Omgekeerd: des te hoger de COI, des te minder variatie (ook!) in de genen die met het immuunsysteem te maken hebben, en des te beperkter de afweer van het individu.
Hoe meer gemeenschappelijke voorouders, hoe meer inteelt dus. Maar als je onverwante, op zich sterk ingeteelde, individuen kruist, zie je vaak dat de nakomelingen een stuk gezonder zijn ("uitkruisen", "outcross"). Een pa en een ma zonder gemeenschappelijke voorouders leveren immers per definitie een COI van 0% op. Helaas is dat in onze raskattenpopulaties niet meer mogelijk: als je ver genoeg teruggaat in generaties, blijken alle katten wel verwant te zijn. In een normale stamboom, over 4 of 5 generaties, zie je dat echt niet. We berekenen de COI daarom over minimaal 10 generaties, en liefst nog meer dan dat. Je moet dus verder terugkijken dan je neus lang is, en wat in de meeste stambomen staat. Overigens: je moet eigenlijk helemaal niet fokken met sterk ingeteelde dieren: de kans dat er in het voortplantingsproces (van dekking tot kittens) iets mis gaat is te groot. En lang niet alle afwijkingen en problemen zijn erfelijk.

Heel vroeger werd wel een andere manier van inteeltbepaling gehanteerd, "voorouderverlies" genaamd. Een volle 5 generatie-stamboom heeft 62 vooroudervakjes. Het aantal verschillende namen zal meestal kleiner zijn vanwege de "verdubbelingen": hoe meer dubbele namen, des te minder verschillende voorouders, dus te groter het voorouderverlies, en des te groter de inteelt. Een verantwoord fokker gebruikt deze manier niet meer: de COI is wetenschappelijk goed onderbouwd, en het voorouderverlies niet. Zo kan voorouderverlies de goede resultaten van een outcross niet verklaren, de COI doet dat wel. Er zijn op internet goed onderbouwde artikelen te vinden over inteelt in de rasdierenfokkerij. Zie hiervoor ook onze Links.

De kleine COI geeft dus een goede indicatie voor een gezonde fok, maar is niet zaligmakend: het is bepaald geen garantie dat er niets fout kan gaan! Het toeval speelt nu eenmaal een grote rol bij het doorgeven van afwijkingen, en een bepaalde combinatie van poes en kater met een kleine COI kan toch verkeerd uitpakken. Omgekeerd kan een combinatie met een hoge COI toch allemaal probleemloze, gezonde kittens opleveren. Het is dus een kwestie van waarschijnlijkheden.
Top

JongeJuul

>> afstammingsgegvens
Streven naar kruisingen met een lage COI is in het algemeen dus zinvol. Een goed stamboomprogramma op een PC kan hierbij helpen. Natuurlijk heb je daarbij ook afstammingsgegevens nodig. En dan kun je niet volstaan met een paar generaties, zoals die zichtbaar zijn op de stamboom van de kattenfokvereniging. Helaas bestaat er geen centraal stamboek voor katten waar we uit kunnen putten: de stamboeken van de verenigingen zijn gescheiden en niet toegankelijk voor gewone stervelingen.
We zijn dus afhankelijk van onze eigen speurtochten op het internet, en natuurlijk van gegevens die anderen genereus ter beschikking stellen. Er blijken wel eens foutjes in de gegevens te zitten, en vaak ontbreken er belangrijke gegevens, zoals de sterfdatum. Zoektochten op internet blijken ook niet altijd uitsluitsel te geven. Toch zijn we in 2008 zover gekomen dat de database gepubliceerd kon worden.
Top



>> Database met afstammingsgegevens: zoals al vaker gezegd vinden we de afstammingsgegevens van raskatten erg belangrijk, mede gezien het steeds frekwenter opduiken van genetische afwijkingen in de populatie. We moeten immers goede (= genetisch gezonde) keuzen maken voor poes-kater combinaties. Betrouwbare gegevens zijn dan onmisbaar.
Voor statistisch onderzoek is het belangrijk dat zoveel mogelijk katten worden opgenomen in zo'n database, ook de katten waarmee niet gefokt wordt. Verder zouden gegevens over (genetische) afwijkingen betrouwbaar genoteerd moeten worden. De gezamenlijke kattenfokverenigingen (FiFe, FNK in Nederland) hadden volgens ons het voortouw hiertoe moeten nemen, maar op de een of andere manier komt het er niet van. Nou ja, dan doen we het als fokkers toch zelf?

We zijn dan ook trots en blij dat, na veel en lang verzamel- en verbeterwerk door met name Ruud van den Bersselaar, een

Database met afstammingsgegevens van Siamezen en Oosters Kortharen

is gepubliceerd op het internet, met een kleine 200.000 katten erin. De database wordt gehost op de website van Kris Willison (www.subali-klm.com), op pagina http://www.subali-klm.com/pedigrees. Dit is geen publiek toegankelijke pagina: je zult je eerst moeten aanmelden met een geldig e-mailadres, waarna je een (gratis) account krijgt. Lees ook de "terms of use" even door, want daarmee stem je impliciet in, zodra je inlogt met je account.

Korte handleiding:

De gepubliceerde database is naar eer en geweten opgebouwd en gecontroleerd in de afgelopen jaren (en er zitten heel veel mensuren werk in!), maar onvolledigheden en fouten bljiven mogelijk. Mocht je onvolkomenheden en/of fouten opmerken, schroom dan niet om dat te melden aan Cattery van den Bersselaar! Ook nieuwe gegevens worden erg op prijs gesteld. Alle oprechte en goedwillende Siamezenfokkers hebben immers belang bij gratis, openbare, volledige, betrouwbare en consistente afstammingsgegevens van hun rasgroep.

We hebben veel positieve reacties gekregen op het verschijnen van de database. Iedereen kan nu immers zelf uitzoeken hoe zijn/haar katten qua afstamming "in elkaar zitten", en kan gefundeerd op zoek gaan naar goede kruisingen.
Helaas blijken er ook een paar fokkers negatief te reageren. Ze willen niet dat gegevens van "hun" katten door anderen kunnen worden bekeken. Hebben ze wat te verbergen misschien? Ik zou zeggen: hoed u voor dit soort fokkers, die blijkbaar slechts hun eigen belang (financieel en/of op kattenshows) voor ogen hebben, en die blind zijn voor de negatieve gevolgen van hun fokpraktijken. Als verantwoord fokker heb je gewoon niets te verbergen!


Top